Webshop » Olie poetsen smeren koelen » Kettingspray, vet, koperpasta etc

Kettingsprays en smeermiddelen voor de motorketting en motor

Kettingspray
Regelmatig smeren van je motorketting met kettingspray is essentieel voor de levensduur van je kettingset. Het vet werkt als een laagje tussen de draaiende delen van de ketting en de tandwielen. Goede kettingspray verlengt de levensduur van je kettingkit. Hieronder vind je een ruime keuze van verschillende merken kettingspray.

Wanneer smeer ik mijn motorketting?
Wij raden altijd aan om je ketting te smeren na het rijden. Ten eerste omdat je ketting dan warm is en het vet beter opneemt. En ten tweede omdat het vet dan niet tijdens het rijden uit je ketting slingert. Je ketting smeren om de 500km is voldoende. Dit is echter ook afhankelijk van het weertype en het soort kettingspray. Bij regen smeer je vaker dan bij droog weer. Beginnen de rolletjes van je ketting te glimmen? Ook dan smeer je jouw ketting. Het beste kun je de ketting smeren als je na een lange rit thuiskomt. Kettingspray is sterk verdund, zodat het vet mooi tussen de rollen loopt. Ga je direct na het smeren de weg op, dan is het vet nog dun en slingert het weg. Na een lange rit is de ketting lekker warm zodat de verdunner snel verdampt en er een mooie, sterke smeerfilm ontstaat.

Hoe moet ik mijn ketting smeren?
Het beste kun je de motorfiets op de middenbok of op een paddockstand zetten zodat het achterwiel los van de grond is. Vervolgens spuit je met de kettingspray aan de binnenkant van de ketting. Hierdoor worden ook meteen de tandwielen van een laagje kettingvet voorzien. Dus smeer je ketting goed. Dan gaat de set een stuk langer mee. Spuit dan altijd aan de binnenzijde van de ketting, zodat bij hogere snelheden het kettingvet in de ketting wordt geduwd door de middelpuntvliedende kracht. Kijk daarbij uit dat niet te veel kettingspray wordt aangebracht, en kijk natuurlijk uit dat er niets op de achterband terecht komt. Mocht dit toch gebeuren, haal dit direct weg met een poetsdoek.

Hoe vaak moet ik een motorketting smeren?
Met de moderne kettingsprays is het vaak voldoende om de ketting elke vijfhonderd kilometer te smeren, in de regen moet dat vaker. Houd je ketting dus in de gaten, als de rollen beginnen te blinken is het de hoogste tijd.

Na het plaatsen van de motor op de bok de schone ketting inspuiten terwijl je rustig aan het wiel draait. 1 maal de hele ketting rond is voldoende.


    Loading...

    Kettingspanning meten
    Wanneer een ketting slijt, wordt deze langer. Daardoor gaat hij klapperen en gaat de motor hakerig schakelen. Als de ketting veel te los zit, kan hij er zelfs aflopen. De kettingspanning moet dus regelmatig worden gecontroleerd.

    Dat doe je door het onderste deel van de ketting in het midden beet te pakken en verticaal heen en weer te bewegen. De bewegingsruimte moet meestal tussen de drie en vier centimeter liggen. De precieze waarde voor jouw motor staat in je instructieboekje of op een sticker op de achtervork. Meet de speling niet op de middenbok maar met de wielen op de grond, terwijl er een volwassene op het zadel zit.

    Als de motor inveert, wordt de afstand tussen de tandwielen namelijk iets groter. De ketting staat dan ineens iets strakker. En een te strak afgestelde ketting zet spanning op de versnellingsbaklagers en op de lagers van het achterwiel. Daardoor kan aanzienlijke schade ontstaan. Merk je dat de ketting bij het ronddraaien van het wiel soms strak staat en soms niet, dan is de ketting versleten. Waar de hardingslaag van de pennen is doorgesleten, slijt hij snel. Waar dat nog (net) niet het geval is, slijt hij langzaam. Vandaar dat er lengteverschillen optreden.

    Een versleten ketting herken je ook aan schuin en puntig afgesleten kettingtandwielen. Vaak kun je de ketting dan ook midden op het achtertandwiel van het tandwiel los trekken. En natuurlijk geven de stelstreepjes op de achteras ook aan wanneer een zojuist gespannen ketting een keer te vaak gesteld is.

    Stellen
    Het stellen van de ketting is een precies werkje. Nadat de grote borgmoer is losgedraaid, moeten de kettingspanners zowel links als rechts worden aangedraaid totdat de ketting de juiste spanning heeft en het achterwiel recht in het frame staat. Dat kun je zien aan de streepjes op de achtervork.

    Kettingen en tandwielen lopen op elkaar in. Als een ketting langer wordt, slijten de tanden van de tandwielen mee zodat de ketting er mooi op blijft lopen. Zou je alleen de ketting of een van de tandwielen vervangen, dan slijten die razendsnel tot ze weer op de andere onderdelen ’passen’. Laat ketting en tandwielen daarom altijd als set vervangen, dan heb je er het langste plezier van!

    Bandenspanning
    Als je toch bezig bent met je ketting afstellen, kijk dan ook even naar de bandenspanning.
    Nog steeds zie je motorfietsen met een te lage bandenspanning. Terwijl iedereen weet dat je banden het enige contact met het wegdek zijn en het dus vanzelfsprekend is dat je goed op de bandenspanning moet letten.

    Een te lage bandenspanning geeft naast een hoger brandstofverbruik ook minder grip in de bochten. De band warmt weliswaar sneller op, maar zal ook eerder zijn grip verliezen. Ook gaat je motor hierdoor zwaarder sturen.

    Een te hoge bandenspanning levert dan natuurlijk een lager brandstofverbruik op, alleen komt deze band juist weer helemaal niet op temperatuur.

    Gouden regel bij twijfel is:
    Radiaalbanden (sportmotoren): Voor 2,5 bar achter 2,9 bar
    Diagonaalbanden: Voor 2,3 bar achter 2,6 bar